|
Faraomieren
De oorspronkelijk uit de tropen afkomstige
Faraomieren, door handel over een groot deel van de
wereld verspreid, kunnen zich in Nederland alleen
handhaven in verwarmde gebouwen. De in kolonies
levende mierensoort kan vooral in keukens
(alleseters, bijvoorkeur vleeswaren) en woningen een
ware plaag zijn.
Verspreiding
In ziekenhuizen of verzorgingshuizen kunnen
faraomieren zeer hinderlijk zijn voor de patiënten
en/of bewoners omdat zij bijvoorbeeld in
aangebrachte verbanden dringen of ze klimmen in
elektronische apparatuur en eten van open wonden. Ze
kunnen parasieten of ziekteverwekkende bacteriën
overbrengen.
Levenswijze
van Faraomieren
De faraomier is een kleine mierensoort. De
gemiddelde lengte van de faraomieren is tussen de 2
en 3 milimeter. De werksters zijn bruingeel van
kleur met een donkergekleurde achterlijfspunt, de
mannetjes zijn zwartbruin met bleekgele poten en
antennes. Alleen de mannetjes kunnen vleugels
krijgen. Ook zijn de faraomieren herkenbaar door de
twee zogenaamde knopen (lichaamsdeeltjes) tussen het
borststuk en het achterlijf. De larven van de
faraomier zijn naakt, pootloos en wit van kleur. Bij
een temperatuur van circa 30 graden gedijt de soort
het beste. Dit betekent dat nesten vaak te vinden
zijn bij warme plaatsen als kachels, radiatoren,
warmwaterleidingen en dan vaak op moeilijk
bereikbare plaatsen achter tegels en betimmeringen.
Faraomieren
bestrijden
Faraomieren dienen altijd grootschalig en door
deskundigen te worden bestreden. Zelf de spuitbus
ter hand nemen heeft geen zin. Neem contact met ons
op, wij hebben wettelijk toegestane middelen om de
kolonie faraomieren te bestrijden. |
|